Menu

Buurtverhalen

Hieronder staan alle verhalen of blogs die je buurtgenoten op de site plaatsten. Ze zijn blij met jouw reactie!

2018 2017 2016 2015
Pagina's (1): 1
Titel Omschrijving
(Een aangepaste versie van deze column is eerder gepubliceerd in de juni-uitgave van het wijkblad van Grootstal en Hatertse Hei, De Heistal. Het wijkblad De Heistal is hier digitaal in te zien.)Wortels in de wijkMijn fietspomp is gestolen! Jawel, mijn nieuw gekochte fietspomp. Aangeschaft ter vervanging van een oude pomp waarvan al jaren het binnenste rubbertje was versleten, waardoor ik regelmatig, tijdens het oppompen van mijn fietsband, pardoes kon doorschieten, wanneer de samengedrukte lucht langs het rubber schoot en ik met mijn neerwaartse beweging met pomp en al bijna de grond raakte. En nu was de nieuwe pomp zomaar gestolen!'Gedeelde overvloed' Nou ja, ‘zomaar’. Ik had een risico genomen. De pomp stond namelijk al weken onbewaakt in een met mijn medeflatbewoners gedeeld fietsenhok. Dat was bewust, vanuit de wens om mijn eigen, piepkleine ‘overvloed’ te kunnen delen. Een fietspomp is in mijn ogen uiteindelijk slechts een (veel) goedkopere versie van prijzig gereedschap dat iemand aanschaft om er voor de gelegenheid twintig bouten mee in de muur te draaien. En het vervolgens in jaren niet meer uit de kast te halen. Vergelijkbaar heb ik zelf zo’n twee keer per jaar een lekke fietsband. Dan gebruik ik die fietspomp. En verder niet. Reden voor mij om die nieuwe pomp fijn te delen met de bewoners van mijn flat. Delen, akkoord. Maar permanent wegnemen? Dat was niet de bedoeling!Onverwachte lege plekNu kan ik me natuurlijk voorstellen dat de lezer zich inmiddels afvraagt waarom dit eigenlijk zo belangrijk is. De kosten voor de fietspomp waren immers minimaal. Er was geen werkelijke schade, het verlies was volledig verwaarloosbaar in de grote schaal der dingen. De reden waarom ik erover schrijf, is dan ook vooral omdat ik me door deze fietspompvermissing plotseling realiseerde hoe diep de ontdekking van die lege plek in de kelder mij onverwacht raakte. De impact vervreemde me bijna van mijzelf. Het voelde alsof mijn vrijgevigheid, met het wegnemen van die pomp, zelf ook een beetje was weggenomen. Het vertrouwen dat ik had in mijn medebewoners was gedeukt.Omgeslagen vertrouwenNu kan ik kan me voorstellen dat dit enigszins vreemd, of overtrokken klinkt. Maar ik merkte dat ik de eerste dagen na die plotse ontdekking bijvoorbeeld geïrriteerd om me heen keek wanneer ik de trap opliep naar de galerij van de etalage waar ik woon. En wanneer ik dan een verre buurman of -vrouw tegenkwam, dan dacht ik: “Jij! Jij bent het vast! Jij hebt zeker mijn pomp gejat!” Vertrouwen was omgeslagen in wantrouwen. Woonplezier was omgeslagen in woonirritatie. Gelukkig realiseerde ik me natuurlijk wel langzaam hoe overtrokken mijn reactie was. En daarop begon ik na te denken over deze ervaring. Zo realiseerde ik mij hoe belangrijk vertrouwen eigenlijk is om te kunnen delen met elkaar!Waar komt vertrouwen vandaan?Hoeveel vertrouwen in elkaar is er eigenlijk nodig, vroeg ik mij plotseling af, om in een wijk de ruimte die we gezamenlijk bezetten, op fijne wijze met elkaar te kunnen delen? Waar komt dat eigenlijk vandaan, dat ‘vertrouwen’? Hoewel het misschien meer voor de handliggend zou zijn om 'vertrouwen' als een psychologisch proces te benaderen, was ik ditmaal wel eens nieuwsgierig waar het woord zelf eigenlijk vandaag komt. Zou de etymologie (dat is: de herkomst) van het woord van betekenis voor de wijk kunnen zijn?'Getrouwen'Een kleine zoektocht op de website www.etymologiebank.nl (geïnteresseerde taalliefhebbers kunnen op deze website de herkomst van Nederlandse woorden opzoeken) leerde me dat het woord, in de betekenis van 'zich verlaten op' in de 16de eeuw is ontstaan uit de samentrekkingen van de Middelnederlandse werkwoorden ‘betrouwen’ (hopen) en ‘getrouwen’. Het woord ‘Getrouwen’ is daarbij een samentrekking van het versterkende voorvoegsel ‘ge’ en ‘trouw’, in de betekenis van ‘loyaliteit’ en ‘standvastigheid’. Loyaliteit en standvastigheid‘Getrouw’ komt dan uiteindelijk via het woord 'trouw', langs een lang etymologisch pad, van het Litouwse woord dr(i)utas (‘stevig’) en van het Oudpruisische druwis, dat, zo vertelt de online kennisbank, in overdrachtelijke betekenis mogelijkerwijs is afgeleid van de Keltische wortel ‘deru-‘, in de betekenis van: ‘boom’. De oorspronkelijke betekenis van ‘vertrouwen’ is daarmee – langs een lange weg - uiteindelijk verwant aan de betekenis van: ‘standvastig als een boom’.Standvastig als een boomNu ben ik - ondanks al mijn intellectuele verhandelingen - bij uitstek een echte beelddenker. En wat is er nu een mooier beeld dan 'vertrouwen als de standvastigheid van een boom'. Ogenblikkelijk stel ik mij vertrouwen daarbij voor als een reusachtige oerboom met een brede stam, met takken zo dik als de gespierde armen van een viking en brede, knoestige wortels, reikend tot diep in de grond, verbonden met de kern van de aarde. Vertrouwen, stevig geworteld in dikke modder en korrelig zand, met dikke wortels vastgegroeid in de geurige, vruchtbare aarde. Vertrouwen, met andere woorden, als een boom waarop je kan bouwen.Delen in vertrouwenOm te kunnen delen met elkaar - in de wijk, in de buurt, als buurtbewoners en als directe buren - moeten we elkaar uiteindelijk dan ook kunnen vertrouwen. En dat kan misschien alleen als we voor elkaar het vertrouwen bieden in de zin van die verbeelde, grote oerbomen, waar die betekenis van het woord ‘vertrouwen’ ooit zelf op is gebouwd. Standvastig en betrouwbaar. En met diepe wortels in de wijk. Waarbij ik overigens die wortels niet gebruik in de betekenis van 'bij uitstek geboren in de wijk', want dat zou verrassend uitsluitende bijbetekenissen in zich dragen. Nee, ik bedoel het anders. Wortels in de wijkIk bedoel met 'mensen die wortels in de wijk hebben' juist de wijkbewoners die bereid zijn om zich te committeren aan de buurt. Buurtbewoners die beseffen dat een woonomgeving een echte plek is om in te investeren, om te 'wortelen'. Of je er nu kort of lang bent, geboren of naar verhuisd, inheems of uitheems, de wijk is ieders plek om te wonen - om er te zijn en om te bestaan. Vertrouwen in elkaar ontstaat daarbij pas dan, wanneer wij, gezamenlijk, als die grote, standvastige verbeelde bomen voor elkaar willen zijn. Vertrouwen in de wijk ontstaat pas als we bereid zijn onze wortels in de grond te steken. En als we die wortels met elkaar laten verbinden... Rogier is columnist, zowel bij het Wijkblad Brakkenstein als bij het wijkblad De Heistal. Hij schrijft vooral over sociaal-maatschappelijke onderwerpen en heeft daarnaast een eigen blog: http://rogierteerenstra.wordpress.com waar hij schrijft over diverse onderwerpen op gebied van spiritualiteit, psychologie en filosofie. Je kunt contact met hem opnemen via mail.
(Een verkorte en aangepaste versie van deze column is tevens verschenen in Wijkblad Brakkenstein, hier digitaal beschikbaar.)Delen in kwetsbaarheidVoor iedereen die wel eens een beroep heeft moeten doen op hulpverlening – of die er misschien tegenaan hikt om dat beroep te moeten doen – is het bekend. De bijna onvermijdelijke vraag die gesteld gaat worden in het hulpverlenende gesprek luidt: ‘Hoe kunnen we jouw sociale omgeving betrekken bij het oplossen van je situatie?’ Het is een vraag die de sociale professional in zijn of haar opdracht vanuit de overheid heeft meegekregen. Zelfs al zouden ze de vraag misschien niet willen stellen (hoewel dat ook discutabel zou kunnen zijn): dan nog zouden ze het niet kunnen. Het zit nu eenmaal in de instrumentele, professionele rugtas die ze hebben meegekregen.“Ik los het zelf op!”Onlangs las ik hierover een interessant artikel op movisie.nl, over een hulpverlener die onderzoek heeft gedaan naar de vraag waarom juist deze vraag naar het sociale netwerk toch vaak een drempel is binnen het gesprek met de hulpvrager. “Ik los het zelf op,” is de titel van het rapport dat ze uiteindelijk als antwoord op die vraag heeft geschreven. Die zin vormt het antwoord dat negentig procent van de hulpvragers geeft, wanneer gevraagd wordt wie er vanuit de sociale omgeving hen zou kunnen helpen. Privacy speelt in dat antwoord een rol. Angst voor gezichtsverlies. Bang om anderen lastig te vallen. Een vrees, kortom, die regelmatig zelfs zo groot is dat, op het moment dat de vraag opnieuw gesteld de samenwerkingsrelatie tussen hulpvrager en hulpverlener op het spel kan komen te staan. Bang om om hulp te vragenKortom: mensen kunnen zo bang zijn om hulp te vragen bij de eigen omgeving, dat ze bereid zijn om de aanvankelijk hulp biedende lijn daarvoor los te knippen en dieper in de problemen te komen, puur om die vraag om hulp aan de naaste omgeving te vermijden. Onderzoek, zo stelt het artikel van movisie tevens, toont ondertussen aan dat de hulp en steun tussen burgers, tussen wijkbewoners en buren, zelf al met al ook maar moeizaam tot stand komt. Samen houden we blijkbaar deze toestand in stand. De ongeschreven regel blijkt nog steeds te luiden: ‘Problemen hoor je zelf op te lossen. En ongevraagd advies hoor je niet te geven.” Erkennen van kwetsbaarheidAutonomie en eigen regie zijn daarbij vaste steekwoorden om de ballonnetjes rondom de vraag naar de sociale omgeving lek te prikken. Maar, zo wijst het artikel aan: eigenlijk is er iets anders aan de hand. De kwetsbaarheid van het falen zelf en de angst voor afwijzing bij het om hulp vragen; dat zijn de werkelijke obstakels die de vraag naar het sociale netwerk in de weg staan. De echte ingang tot de sociale omgeving zit dan ook precies bij die kwetsbaarheid – of beter gezegd, bij het erkennen van die kwetsbaarheid van ‘wij mensen’. We weten allemaal hoe het is om te worstelenUiteindelijk begint de vraag naar onze sociale omgeving bij de hulpvraag dus eigenlijk bij een erkenning die nog voorafgaat aan die vraag zelf. Namelijk bij de erkenning dat we allemaal weten wat het is om te worstelen. Dat we allemaal in meer of mindere mate weten hoe het is om verantwoordelijk te zijn voor iets dat minder goed gaat of ging in ons leven. En dat we tevens allemaal weten hoe fijn het is om een steuntje in de rug te krijgen van een bemoedigende blik of opmerking uit onze omgeving (en als we het niet weten, dan kunnen we ons er een voorstelling bij maken).Een basis voor het delen van kwetsbaarheidKortom, misschien is de vraag allereerst: waarom bouwen gezamenlijk niet meer aan een basis waarbij we onze kwetsbaarheid durven delen? Zodat juist die drempel naar het sociale netwerk er niet hoeft te zijn, omdat we daarin al gezamenlijk ingebed in zijn? Uiteindelijk hoop ik daarom dat Brakkenstein een wijk is die daaraan werkt. Een wijk kortom, die de handen uitgestoken houdt naar elkaar, omdat alle straten en alle huizen van elkaar weten: wij delen, naast onze kracht, ook onze kwetsbaarheid. En juist daardoor zijn wij aan elkaar verbonden…Rogier is columnist en essayist. Hij heeft een eigen blog: http://rogierteerenstra.wordpress.com waar hij schrijft over diverse onderwerpen op gebied van spiritualiteit, psychologie en filosofie. Je kunt contact met hem opnemen via mail.
(Een aangepaste versie van deze column is eerder gepubliceerd in de april-uitgave van het wijkblad van Grootstal en Hatertse Hei, De Heistal. Het wijkblad De Heistal is hier digitaal in te zien.)Dat bijzondere, achteloze samen!Enige tijd geleden, nog net iets voor het begin van het nieuwe jaar, zat ik in een vrijwilligersoverleg om een activiteitenmiddag te organiseren. We waren volop bezig met de planning toen we in een periode vol vakantie en vrije dagen belandden. De griepepidemie was daarnaast net bezig de motor warm te draaien. Er werden daardoor bijeenkomsten afgezegd. Mensen kwamen niet opdagen. Langzaam begonnen zich op die manier de eerste problemen in de onderlinge communicatie af te tekenen.Het belang van samenwerkingIn eerdere columns had ik het al vaak gehad over het belang van samenwerking voor een wijk. Nu bleek eens te meer dat praten over samenwerking een stuk makkelijker is dan er in de werkelijkheid vorm aan te geven. Want we luisterden steeds minder goed naar elkaar. Onderhuidse irritaties begonnen te ontstaan, om afwezigheid, om onduidelijke afspraken, om gebrek aan overzicht. Om alles nog in goede banen te kunnen leiden zat er uiteindelijk nog maar één ding op: op tafel te leggen dat de huidige gang van zaken ons ‘samen’ aan het beschadigen was. Pijnpunten op tafelLeuk was anders. Het werd een spannende, moeilijke bijeenkomst, met veel emotie. Er was onderling wantrouwen ontstaan en verwijten over en weer werden - regelmatig met pijnlijke hard volume - uitgesproken. Toch was het goed dat we op deze manier de pijnpunten op tafel brachten. Dat we, na lang praten, weer naar elkaar luisterden. En uiteindelijk, toen alle angels eruit waren, konden constateren dat we wel nog steeds de wens deelden om die leuke middag neer te zetten. Zo vonden we gelukkig toch nog ons ‘samen’ weer terug. ’Samen’ is er niet achteloosDoor de problemen in de samenwerking – en vooral doordat ik had gemerkt hoe gemakkelijk die problemen eigenlijk waren ontstaan - realiseerde ik me opnieuw dat het ‘samen’ waar ik zo vaak over schrijf er zeker niet ‘zomaar’ is. Samen bestaat niet op achteloze wijze. Het vergt juist een bijzondere inspanning. Zoals ik in een eerdere column schreef: een ‘goede wijk’ is geen plek die zomaar, vanuit het niets ontstaat. Het is geen plek waar je plotseling in ontwaakt en die dan ‘goed is’. Een wijk is juist een omgeving waar hard gewerkt moet worden om die omgeving tot ‘goed’ te kunnen maken. Wat is ‘samen’? In dat kader realiseerde ik me dat ik regelmatig schrijf over ‘samen’, maar zonder goed uit te leggen wat ik daar dan precies mee bedoel. Alsof het zo voor de hand liggend is wat dit ‘samen’ eigenlijk behelst. Terwijl dat misschien helemaal niet zo helder is. Dus waar heb ik het zelf eigenlijk over wanneer ik dat woordje ’samen’ in de mond neem? Wanneer ik het heb over ‘samen’, dan laat ik mij daarvoor inspireren door de socioloog Richard Sennett, die vooral bekend is vanwege zijn onderzoek naar steden, werk en cultuursociologie. Samen: formeel en informeelSennett heeft veel geschreven over het idee van gezamenlijkheid en samenwerking. Hij vat in zijn boek ‘Samen, een pleidooi voor samenwerken en solidariteit’ dan ook perfect samen wat ik bedoel met die samenwerking in de wijk waar ik voortdurend voor pleit. Hij definieert samenwerking als een overeenkomst waarbij alle partijen voordeel beleven. Een dergelijke samenwerking kan zowel formeel en groot zijn (denk aan de bouw van een nieuw activiteitencentrum in een wijk), als dat het ook informeel en heel klein kan zijn (een praatje op de hoek van de straat is voor Sennett ook een vorm van samenwerking). Samen als ambachtToch is deze Sennett’s definitie van ‘samenwerking’ als een informele en formele activiteit die gericht is op wederzijds voordeel niet het belangrijkste dat ik van deze socioloog geleerd heb. Het belangrijkste is het volgende. Samenwerking is, volgens Sennett, eigenlijk juist iets heel bijzonders: het is een vaardigheid die mensen zich werkelijk eigen kunnen maken door er veel in te oefenen en in aan te scherpen. Samenwerken is op die manier een vaardigheid die mensen steeds beter kunnen leren beheersen en in de vingers kunnen krijgen, om uit te oefenen als een daadwerkelijke ambacht! Samenwerken als ‘dialogische vaardigheid‘Voor samenwerking is dan ook een hele bijzondere vaardigheid nodig, die Sennett samenvat met de term ‘dialogisch’. Deze ‘dialogische vaardigheid’ bestaat voor hem uit de volgende verzameling vaardigheden. Het gaat om: (1) goed kunnen luisteren, (2) tactvol kunnen handelen, (3) in staat zijn om te zoeken naar overeenkomsten, (4) verschillen van meningen te kunnen laten bestaan en (5) moeilijke discussies te kunnen (ver)dragen. Samenwerking bestaat dus uit een indrukwekkende combinatie van vaardigheden, die Sennett in zijn boek ook nog eens stuk voor stuk gedetailleerd uitwerkt, om duidelijk te maken wat hij ermee bedoelt. Samen doe je er niet even bijBovenstaande maakt wat mij betreft vooral het volgende duidelijk. Wanneer ik stel dat we zouden moeten inzetten op een goede samenwerking in de wijk, gebruik ik eigenlijk gemakkelijke woorden voor iets dat juist heel bijzonder is. Bijzonder is niet iets achteloos, dat je ‘er even bij doet‘. Samen is een vaardigheid, iets waar je moeite voor moet doen en het is uiteindelijk juist niet iets dat voor de hand ligt, of zomaar is bereikt. En toch, juist dat bijzondere, dat niet voor de hand liggende: dat gun ik de wijk. Ik hoop namelijk dat er in onze wijk op heel veel plekken juist achteloos gezegd kan worden: ‘Hier doen we het samen.‘Want dat achteloze samen? Dat is juist heel bijzonder!Rogier is columnist, zowel bij het Wijkblad Brakkenstein als bij het wijkblad De Heistal. Hij schrijft vooral over sociaal-maatschappelijke onderwerpen en heeft daarnaast een eigen blog: http://rogierteerenstra.wordpress.com waar hij schrijft over diverse onderwerpen op gebied van spiritualiteit, psychologie en filosofie. Je kunt contact met hem opnemen via mail.
Pagina's (1): 1